Veluwe Randmeer Mediagroep

VRMG, de omroep voor de Noord-West Veluwe

advertentie
Geschreven door Omroep Gelderland
13 januari 2026 11:57


Uitkopen om stikstof had voor 1,5 miljard minder gekund, én met minder boeren
Foto: Uitkopen om stikstof had voor 1,5 miljard minder gekund, én met minder boeren
Foto ter illustratie | Foto: Pexels

VELUWE RANDMEER - Het uitkopen van boeren om stikstof te besparen had veel efficiënter gekund als een kleine groep piekbelasters had meegedaan. Met veel minder geld én met minder boeren was dan hetzelfde resultaat geboekt. Dat blijkt uit gezamenlijk onderzoek van NRC, Follow the Money en Omroep Gelderland. Dan hadden vooral boeren rondom de Veluwe mee moeten doen.

Om de stikstofneerslag in natuurgebieden te verlagen zet de overheid in 2023 in op het opkopen van boerenbedrijven: vooral diegenen die dicht bij de natuur zitten, zogenoemde piekbelasters. Toenmalig stikstofminister Christianne van der Wal uit Harderwijk komt met wat zij zelf een ‘woest aantrekkelijke regeling’ noemt.

Van der Wal wil boeren met veel stikstofneerslag op de natuur verleiden. Ben je piekbelaster, dan krijg je 120 procent van de waarde van het bedrijf als je meedoet. Het gaat landelijk om ongeveer 3000 bedrijven die als piekbelaster zijn aangemerkt.

Die term is emotioneel, vertelt kalverhouder Evert van den Top uit Wekerom. Hij doet mee aan de opkoopregeling. “Ik heb er echt gemengde gevoelens aan over gehouden. Mijn opa is hier in 1900 begonnen met vee en nu zijn we ineens piekbelaster”, vertelt hij. “We worden gedwongen om te stoppen. Zo voelt het althans. Als piekbelaster is je bedrijf in een klap onverkoopbaar.”

Voor hem gaf de doorslag dat er geen opvolger is. “Toen mijn zoon dit allemaal zag aankomen zei hij: 'Ik ga het niet doen.”

Ene piekbelaster is de andere niet

Maar de ene piekbelaster is de andere niet, met grote gevolgen voor de overheidsuitgaven en de natuur.

Want de regeling is gebaseerd op vrijwilligheid. Een boer mag zelf bepalen of hij wil stoppen. Alle boerenbedrijven met minimaal 35 kilo stikstofneerslag in overbelaste beschermde natuurgebieden kunnen meedoen. Daarbij wordt niet gekeken waar het bedrijf staat en wat de exacte impact is op nabijgelegen natuur, zolang het maar meer is dan die drempel.

In maart 2025 namen er nog 723 bedrijven deel aan het traject om te stoppen. Daarmee zou volgens het ministerie jaarlijks 34 mol minder stikstofneerslag op kwetsbare natuur terechtkomen.

Daar zitten ook veel bedrijven bij die relatief duur zijn en weinig natuurwinst opleveren. Tegelijkertijd zijn er bedrijven met veel natuurschade, die niet meedoen.

Uit een berekening van NRC, Follow the Money en Omroep Gelderland blijkt nu dat dezelfde winst voor de natuur gehaald had kunnen worden voor -in het allergoedkoopste geval- anderhalf miljard euro minder.

325 miljoen om boeren uit te kopen

Met die berekening wordt duidelijk wat het zou kosten om de boeren met de meeste stikstofneerslag uit te kopen. Daaruit blijkt dat in dat scenario slechts 133 boeren hoeven te worden uitgekocht voor 325 miljoen euro, met dezelfde stikstofwinst. Dat is anderhalf miljard euro minder dan de 1,8 miljard euro die nodig was voor de uitkoop van ruim 700 piekbelasters.

“Wat er nu wordt uitgegeven: het zijn enorme bedragen”, reageert stikstofprofessor Jan Willem Erisman. “Er zijn veel meer alternatieven die veel goedkoper zijn en veel meer rendement opleveren.”

Hij doelt op managementmaatregelen en het deels opkopen van rechten of het afromen van rechten. Daarmee wordt de veestapel verkleind, maar niet meteen een heel bedrijf opgekocht.

In onderstaande afbeelding staat één rode stip voor één stoppende boer. Een boer rechtsonderin is het meest efficiënt, linksboven is het duurst. 

Foto: Uitkopen om stikstof had voor 1,5 miljard minder gekund, én met minder boeren
Uitkopen om stikstof had voor 1,5 miljard minder gekund, én met minder boeren | Foto: Omroep Gelderland

En dit zouden de boeren zijn die stoppen bij een uitkoopregeling gericht op de zwaarste belasters. 

Foto: Uitkopen om stikstof had voor 1,5 miljard minder gekund, én met minder boeren
Uitkopen om stikstof had voor 1,5 miljard minder gekund, én met minder boeren | Foto: Omroep Gelderland

Wel grote gevolgen voor Veluwe

Uit de berekening van NRC, FTM en Omroep Gelderland blijkt dat als je toch wil uitkopen én je dat zo efficiënt mogelijk wil doen je automatisch op de Veluwe uitkomt. Daar zitten 132 van de 133 zwaarste belasters. In een reactie zegt het ministerie 'heel bewust voor vrijwilligheid te kiezen en absoluut niemand te willen verplichten om met het boerenbedrijf te stoppen.'

De meest gunstige bedrijven om uit te kopen liggen rondom Kootwijkerbroek en in de Veluwse enclave. In de praktijk zal dat iets anders uitpakken, omdat je dan wel alleen ingrijpt bij de Veluwe en niet bij andere natuurgebieden die last hebben van stikstof.

Een andere optie is om voor maximale impact voor de natuur te gaan. Met het gereserveerde bedrag van 1,8 miljard had je drie keer zoveel natuurschade kunnen voorkomen door met dat geld heel gericht de 763 zwaarste belasters uit te kopen.

Kies je voor deze aanpak dan komt de vrijwilligheid van de regeling wel onder druk te staan. En voor die dwang is politiek geen draagvlak. Niet in het huidige kabinet, maar waarschijnlijk ook niet bij een nieuw te vormen kabinet. Dat blijkt uit de plannen die D66 en CDA begin december presenteerden.

Lees ook: Veel stoppende boeren hebben stallen leeg, maar kwart haakte af

“Vrijwilligheid is door het ministerie gekoppeld aan haalbaarheid, snelheid, maar ook maatschappelijke ontwrichting”, aldus Erisman. “De teneur was destijds: als je gedwongen gaat uitkopen breekt er een boerenopstand uit.”

Tegelijkertijd heeft gedwongen uitkoop - los van de principiële bezwaren - nog een nadeel. “Je moet per bedrijf maatwerk leveren om exact te bepalen hoe je een boer schadeloos stelt. Dat kost ook nog eens veel meer geld voor het ministerie en dan duurt het ook nog twee of drie jaar”, zegt Jacques Sluysmans, hoogleraar Onteigeningsrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Gepensioneerd landbouweconoom Krijn Poppe vindt het een politieke afweging. “Ja, het kan efficiënter als je in de regio’s rond natuurgebieden opkoopt, maar als je niet aan onteigening wil: dan kom je automatisch uit bij vrijwilligheid”, zegt hij. “Daarvoor gaan we naar de stembus: dat is echt een politieke afweging.”

'Probleem al twintig jaar bekend'

“Als je doelen wil halen, hoort daar beleid bij. En dit is wel een beleidsvorm die daarvoor zorgt”, reageert landbouweconoom Petra Berkhout van de Wageningen Universiteit. “Het is wel erg makkelijk om te stellen: dat hadden we in 2023 anders moeten doen. We weten al heel lang dat een krimp van de veestapel noodzakelijk is vanwege milieudoelen. Besluiten zijn al die tijd niet genomen en dan is het wel terecht dat je dit op een nette manier oplost en daar hoort vrijwilligheid ook bij.”

Maar er zijn tussenvarianten: zo had de overheid ook actief de boer op kunnen gaan om specifieke boeren te benaderen. Uit gesprekken met piekbelasters die niet meedoen, blijkt dat dat niet gebeurde. En volgens een varkenshouder in de Gelderse Vallei was er veel meer mogelijk geweest.

“Ze hadden ook kunnen zeggen: wil je niet daarheen, daar stopt een boer en die plek weegt niet zo zwaar voor de natuur. Dan hadden we het er best over kunnen hebben”, zegt een varkenshouder uit de Gelderse Vallei. “Maar ik heb het bedrijf overgenomen van mijn vader, dat heb ik niet gedaan om na zes jaar de handdoek in de ring te gooien.”

In een reactie zegt het ministerie dat dit bij een vrijwillige stoppersregeling niet mag. "De suggestie om gericht met bepaalde ondernemers om tafel te gaan, verhoudt zich niet tot de inzet van deze subsidieregeling", aldus een reactie. Bovendien vindt het ministerie dat het vrijwilligheid boven alles is. "We hebben ten allen tijde willen voorkomen dat de overheid stuurt."

De berekening van NRC, Follow the Money en Omroep Gelderland omschrijft het ministerie als 'een theoretische redenering' omdat deelname aan subsidieregelingen per definitie vrijwillig is.

Hoe berekenden we dit?
De berekeningen zijn gemaakt met informatie over dieraantallen die na een jarenlange procedure vrijgegeven zijn door het ministerie van LVVN. Met deze gegevens konden we berekenen wat het zou kosten om een bedrijf uit te kopen en welke stikstofwinst dit zou opleveren. De berekening kan voor individuele bedrijven afwijken van het daadwerkelijke uitkoopbedrag, want de hoogte van het subsidiebedrag wordt “casusspecifiek” vastgesteld. Maar uit verschillende steekproeven blijkt dat deze methode in zijn totaliteit een betrouwbaar beeld geeft.
“Oude stallen opkopen is ook niet efficiënt” - Krijn Poppe

In de sector is ook kritiek op de regeling omdat die vooral interessant zou zijn voor boeren met nieuwere stallen. Maar volgens Poppe is dat niet het hele verhaal. “Je kan zeggen dat dit niet efficiënt is, maar oude stallen opkopen is dat ook niet: want die zouden sowieso binnen een paar jaar stoppen. Het is een keuze om deze regeling zo in te steken. Dat versterkt wel het signaal: we gaan naar een periode met een kleinere veestapel.”

Volgens landbouweconoom Petra Berkhout is het beeld dat alleen nieuwe bedrijven meedoen ook niet helemaal correct. “Het is genuanceerder, het kan zo zijn dat het bij nieuwere stallen meer loont, maar het lijkt ook wel perceptie te zijn. Ook boeren met oude stallen doen wel degelijk mee aan de regeling.”

Kalkoenhouder stopt, ondanks kritiek op regeling

Zoals kalkoenhouders Jelle en Marianne Bakker. Zij gaven onlangs aan te stoppen met hun bedrijf. Ze kwamen onder een vergrootglas te liggen doordat Investico jaren geleden uitrekende dat het het boerenbedrijf is met de meeste neerslag. Ze zijn het daar niet mee eens, maar voelden zich wel klemgezet. Met als enige optie: stoppen. De regeling was voor hen ‘verliesgevend’ omdat ze hun bedrijf kwijtraakten.

Lees ook: 'Grootste piekbelaster’ stopt: nieuwe woningen op plek stallen

Maar ze mochten van de gemeente nieuwe woningen bouwen. Daardoor kan het volgens hen uit. Toen de regeling werd bedacht was hun kritiek dat de regeling juist voor boeren heel dicht bij de natuur niet interessant is omdat het door beperkingen vaak om oude stallen gaat.

En dat er andere vergoedingen nodig zijn om die boeren over de streep te trekken. Het gaat dan om een vergoeding afgezet tegen de stikstofneerslag in de natuur. "Hiermee wordt de grootste milieuwinst gehaald, tegen de minste kosten", was destijds de reactie van Jelle en Marianne Bakker.

Overigens maakte het ministerie maandag bekend dat ze een nieuwe stoppersregeling in het leven roept. Daarbij krijgen boeren binnen een kilometer van overbelaste natuurgebieden als eerste subsidie, als er nog geld over is komen boeren verder van natuurgebieden af pas in aanmerking. Die regeling is overigens minder 'woest aantrekkelijk'. Het gaat daarbij om 110 procent van de bedrijfswaarde van een bedrijf.

'Puur zakelijke beslissing'

Juist op de Veluwe liggen veel boerenbedrijven dicht bij kwetsbare natuur. Daardoor gelden ze al snel als piekbelaster. Boeren die meedoen aan de huidige uitkoopregeling doen dat vaak uit bedrijfseconomische overwegingen. “Ja, puur zakelijk”, zegt een veehouder uit de Gelderse agrarische enclave tussen Garderen, Uddel, Elspeet en Speuld, die alleen anoniem zijn verhaal wil doen.

“Er is hier gewoon voor de volgende generatie geen plek. Dan kan je je kop in het zand steken, maar je kan ook denken: misschien beter als ik stop.”

'Onwaarschijnlijk dat echte piekbelasters meedoen'

Maar veel piekbelasters op de Veluwe laten zich ook niet uitkopen. “Als ze willen, kunnen ze gewoon doorgaan. En wat me ook onwaarschijnlijk lijkt is dat de echte piekbelasters meedoen, die zijn vaak rendabeler dan de kleinere bedrijven”, zegt Hens Runhaar, hoogleraar beleid en sturing voor duurzame voedselsystemen aan de Universiteit Utrecht. Het ministerie zegt dat de regeling sowieso gericht en doelmatig is. "Het gaat immers om een selecte groep bedrijven met hoge berekende stikstofneerslag op naastgelegen natuur."

Van de Gelderse boeren die wel meedoen aan de stoppersregelingen in Gelderland hebben inmiddels meer dan tweehonderd boeren hun stallen leeg staan, als gevolg van de stoppersregeling. Dat bleek uit antwoorden van het ministerie op vragen van NRC, FTM en Omroep Gelderland.

“Het gaat ook om mensen die sowieso zouden gaan stoppen” - Petra Berkhout

Maar volgens landbouweconoom Petra Berkhout heeft dat op de economie weinig effect. “Het gaat ook om mensen die sowieso zouden gaan stoppen, of dat wellicht nu eerder doen. Maar de effecten voor de agrarische economie zijn niet groot”, aldus Berkhout.

Volgens de econoom kan het wel gevolgen hebben, maar is dat meer sociaal. “Dat gaat ook over de identiteit van zo’n gebied. En het kan zijn dat de landbouweconomie in zo’n gebied krimpt, maar daar kunnen nieuwe economische activiteiten tegenover staan. Het maakt ook wel uit of iemand dan stopt met werken of juist iets anders gaat doen.”

Ook volgens Poppe kan er vooral lokaal wel wat veranderen als er in een regio veel bedrijven verdwijnen. "Ook op de identiteit van z'n regio. Het is een transitie die wel wat met mensen doet als de sociale structuur van zo'n gebied verdwijnt."

💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redacties: redactie@vrmg.nl of bel:
Redactie Nijkerk 0341-798298 | Redactie Nunspeet  0341-258133

  • A1 Radio
  • RTV Nunspeet Radio
  • LOEmedia Radio
  • LocoFM

                 VRMG Youtube Shorts

advertentie