-.jpg)
De genodigden werden ruimhartig getrakteerd op verhalen, beelden en gesprekken over dit schip dat traag en robuust klinkt, maar licht is ontworpen om door het water te snijden en behoorlijk tempo te maken.
Een band die door de taalbarrière breekt
De avond wordt geopend door organisator Rien Lipke van Ons Belang. Rien is stellig, er wordt deze avond enkel Elburgs gesproken. Samen met Dinant Pruis kreeg hij het idee voor deze avond vanachter een glaasje bier. Ze bleken een soortgelijke gedachte te hebben: kotters en hun bemanning vanuit alle vissersplaatsen naar Elburg halen om de kotter te vieren. Niet zozeer als varend object, maar als symbool van binding én transformatie van de visserij op de voormalige Zuiderzee.
Het is niet zo dat de komst van de kotter mogelijk werd door het verdwijnen van de Elburger bottervisserij na de inpoldering. Het is eerder zo dat deze twee ontwikkelingen gelijk optrokken. En in de komst van de kotter zagen enkele vooruitkijkende Elburger vissersfamilies het antwoord op de vraag hoe in de visserij actief te blijven. Al was dit vaak wel vanuit andere thuishavens rondom de voormalige Zuiderzee.
Vanzelfsprekend haalden niet alle genodigde vissers de Elburgse haven. De gasten uit Bunschoten-Spakenburg ontbraken namelijk; de dit jaar vroeg ingetreden vorst maakte het hen onmogelijk om met hun kotters naar Elburg te varen. Het lijkt welhaast een symboliek van de meest treffende soort: zelfs onderweg naar informele bijeenkomsten blijft de visserij afhankelijk van omstandigheden waar niets of niemand grip op heeft.
De onvoorwaardelijke openheid in de zaal is alom merkbaar. Mensen spreken met het hart op de tong en hebben slechts een half woord nodig om elkaar te begrijpen. Bovendien kun je hem bijna vastpakken: een ijzersterke maar onuitgesproken band, zoals collega-ervaringsdeskundigen dat kunnen voelen. Wie beseft hoe fundamenteel de visserij voor hem of haar is, herkent dat ook direct bij de ander. En dan vormt zelfs lokale taal geen barrière. Een Harderwijker gast verstaat Rien probleemloos. Niet omdat hij Elburgs gestudeerd heeft, maar omdat hij Rien Lipke al de nodige jaren kent.
Droge visgronden, holle beloften
Nadat het zaallicht gedoofd is, neemt Willem van Norel het stokje over voor een historische aanloop naar het moment dat de kotter de Elburgse haven in kwam varen. Het verhaal van historicus Van Norel is amper objectief te noemen, daarvoor klinken hierin simpelweg te veel persoonlijke noten. Hij beschouwt het proces van plannen voor de drooglegging tot de daadwerkelijke drooglegging van de Zuiderzee, mede door de ogen van zijn opa. En in het perspectief van zijn eigen generatie, die precies in deze overgangsfase opgroeide.
Zoals veel Elburgse geschiedenis heeft het verhaal voorafgaand aan de komst van de kotter de nodige voeten in de aarde gehad. Of liever, de nodige natte voeten in de aarde. Deze voetstappen voeren helemaal terug tot aan de grote stormvloeden van 1825 en 1916. Want deze gebeurtenissen zorgden ervoor dat de premier Cort van der Linden (het voorbeeld van Mark Rutte) de tijd rijp achtte om Cornelis Lely en zijn inpolderingsplannen aan boord te halen in zijn kabinet.
Met zijn mandaat om de Zuiderzee droog te leggen, stelde Cornelis Lely in 1918: “Aan dit grootse werk mag geen smet kleven.” Vissers moesten gecompenseerd worden. En Koningin Wilhelmina, die als jonge vorstin openlijk haar sympathie uitsprak voor de vissers, was het hartgrondig met hem eens. Maar zoals dat vaker gaat met billijke toezeggingen bleek in de jaren ‘60 van de vorige eeuw dat dit behoorlijk holle beloften waren. Zo kreeg de opa van Van Norel het schamele bedrag van 1.485,- gulden ter compensatie voor het verlies van zijn botter, netten, levenswerk en identiteit.
Niets minder dan tragedie
Hierna werd het nog stiller. Want na de teloorgang van de bottervisserij volgde voor sommige Elburgers nog veel meer dan economische schade. Er wordt gesproken over de zelfmoord van een Elburger visser die erachter komt dat hij door kan vissen, maar zijn reeds ingeleverde vergunning niet meer terug krijgt van de autoriteiten. En over grote gezinnen die uiteenvielen en met wisselend succes over het hele land uitwaaien. Tegen beter weten in gingen ze op zoek naar een nieuwe levensbestemming.
De parallel met andere nationaal bekende tragedies is snel gelegd: de mijnsluitingen en het verdwijnen van de koempels, de gaswinning in Groningen, de toeslagenaffaire. Niet om leed te vergelijken, maar om een patroon te herkennen. Wat gebeurt er als bruusk en rigoreus overheidsbeleid over identiteit en levens walst? Wat blijft er over van aanvankelijke beloftes van schadeloosstelling, en wie vangt de werkelijk geleden schade echt op?
Ongepatenteerd vakmanschap, zonder opsmuk
We hebben ook naar een prachtige, Haanstra-achtige, film gekeken -uiteraard van de hand van Barend Bosman- over de Elburger familie Visscher. Zij weken uit naar Urk om aan open water en op de kotter te kunnen blijven vissen. Op de UK122 vissen ze op paling met tien rollen, elk een kilometer lang en voorzien van honderd kisten.
Die kisten zijn overigens een grootse uitvinding van Elburger Willem Jansen, een door zijn ernstige doofheid erg gesloten uitvinder, die in een van de huizen op de Noorderwal woonde. De door Jansen ontwikkelde simpele, effectieve kisten om paling mee te vangen werden overal in gebruik genomen, maar rijk ervan werd hij niet. Jansen heeft nooit patent aangevraagd op zijn uitvinding.
De film eindigt met de terugkeer met de vangst in de Urker haven: vier teilen, met honderden ponden paling. Bosman vangt met dit beeld hoe succes in de visserij eruit ziet. Maar het is ook een beeld zonder opsmuk: werkdagen van 17 uur zijn de normaalste zaak van de wereld. Terwijl de beelden van Bosman het scherm over lopen ontstaan er door het hele Gruithuis levendige gesprekken. Mensen kijken met één oog naar het scherm en met het andere naar de buurman of buurvrouw.
Gesprekken tussen historisch besef en nostalgie
Juist door het loskomen van deze gesprekken blijkt maar weer eens dat deze avonden in Elburg enorm goed werken. Op de vraag waarom, beeld ik me het volgende antwoord in: Elburg weet als geen ander hoe snel een tijd of cultuur kan vervliegen. Die verandering kan aanvoelen als een verschil van een eeuw, maar zich toch in één generatie voltrekken. Zo versmelten historisch besef en nostalgie en versterken zij elkaar.
Aan het eind van de avond spreek ik na met verschillende gasten over een onvermijdelijke wat-als-vraag. Zou de Elburger visserij met een kottervloot vandaag de dag nog hebben gebloeid als de Zuiderzee niet was ingepolderd? Het antwoord was behoorlijk eenduidig: waarschijnlijk wel, al zou de spoeling evengoed dun zijn geweest. Alleen de meest pure visserij zou het hebben overleefd.
Misschien is daarmee de belangrijkste wijsheid van deze kotteravond wel gevangen: passie en toewijding houdt zelfs de meest afstervende cultuur in leven. In ieder geval een heel Gruithuis vol.

Zie ook Kotters keren terug naar de Elburger haven tijdens Kerstperiode
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redacties: redactie@vrmg.nl of bel:
Redactie Nijkerk 0341-798298 | Redactie Nunspeet 0341-258133