Berts kleinste kaas wint grote prijs: ‘Het belangrijkste is eigenlijk wat de koeien doen’
DOORNSPIJK – "We zijn er! De machine heeft gezegd dat het klaar is.” Bert van Zeeburg stopt de machine in zijn kaasmakerij en gaat verder met de hand. Vandaag maakt hij babykaasjes. Laat dat nou de kaas zijn waarmee Kaasboerderij Van Zeeburg uit Doornspijk deze maand in de prijzen viel: het beste babykaasje van Noord-, Oost- en Midden-Nederland.
"En we hebben gewonnen met onze kleinste kaas. Nou, hoe mooi is dat?” Het kaasje weegt ongeveer 950 gram. Klein van stuk, maar er zit bijna vijftig jaar familiegeschiedenis in. En melk van de koeien die naast de kaasmakerij worden gemolken.
Koeien doen het werk
Terwijl Bert de wrongel, de vaste bestanddelen waaruit kaas ontstaat, uit de kaasbak haalt, vertelt hij waar het volgens hem om draait. "Het belangrijkste is ook niet wat hier gebeurt en wat ik doe. Maar het belangrijkste is eigenlijk wat de koeien doen.” Die moeten volgens hem zoveel mogelijk gras eten. Dat helpt om de zachte, romige kaas te maken die hij voor ogen heeft.
De melk gaat rechtstreeks vanuit de melkstal, via een leiding, naar de kaasbak. Nog warm, zonder eerst in een koeltank terecht te komen. Het bedrijf maakt er rauwmelkse boerenkaas van: de melk wordt niet gepasteuriseerd. Volgens Bert proef je daardoor ook de seizoenen terug. Als de koeien in de winter binnen staan en ander voer krijgen, verandert de kaas mee.
Familiegeschiedenis
Berts broer werkt ook op de kaasboerderij. De taakverdeling tussen hen is duidelijk. "Mijn broer is de boer. De echte boer. En die melkt de koeien. En ik loop als het ware achter hem aan.” Terwijl zijn broer melkt, bereidt Bert de kaasmakerij voor. Het meeste werk zit volgens hem in het schoonmaken.
Hun ouders begonnen in 1977 met kaasmaken. Bert leerde het vak vooral van hen. "Ik ben wel naar cursussen geweest en alles. Maar ik heb het meest van mijn ouders geleerd.” Ook de gedachte waarmee zijn vader begon, bleef overeind: klein en gezellig. Het werk gebeurt nog altijd grotendeels met de familie. Zijn ouders helpen ook nog mee.
Jong en romig
Intussen vult Bert de kaasvormen en bouwt hij laag voor laag de pers vol. De babykaas vraagt om een eigen aanpak. De wrongel mag niet te droog of te vochtig zijn. Juist bij dit kleine kaasje draait het om romigheid. "We willen tegenwoordig wat lekkere romige kaas.”
Daar hoort volgens Bert ook een jonge leeftijd bij. Rond een maand vindt hij de babykaas op zijn lekkerst. Hoe hij precies aan de smaak sleutelt, vertelt hij niet helemaal. "Dat is een beetje het geheim van de smid."
'Kan altijd beter'
Het laatste kaasje wordt gekeerd. Bert controleert of alles goed zit en voert de druk op de pers op. Later gaan de babykazen tussen de grote jongens rijpen. Door de prijs heeft Bert meer bestellingen gekregen. De kaasjes die hij vandaag maakt, gaan via een klant naar Duitsland.
Maar tevreden achteroverleunen? Dat past niet bij hem. Op de vraag of dit kaasje naar zijn zin is, volgt meteen: "Ik ben nooit tevreden. Kan altijd beter.”
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar [email protected] of bel: 0341-798298.
